Programma's

Sociaal Domein

Financiën

Wat mag het kosten?

Baten, lasten en mutaties reserves

Bedragen x € 1.000

6 - Sociaal domein

Realisatie
2021

Begroting
2022

Begroting
2023

Begroting
2024

Begroting
2025

Begroting
2026

Lasten

18.953

19.002

33.236

33.669

34.045

34.562

Baten

7.929

6.977

6.972

6.991

7.011

7.030

Saldo van lasten en baten

11.024

12.025

26.264

26.678

27.035

27.531

Welke verschillen zijn er ten opzichte van voorgaand jaar?

In onderstaande tabel is onderscheid gemaakt in de verschillende beleidsterreinen binnen het
taakveld sociaal domein.

In het taakveld Sociaal domein zijn de totale lasten € 231.000 lager.

In het deelgebied Participatie zijn de lasten (exclusief loonkosten) € 289.000 lager.  

De belangrijkste verschillen:

  • hogere lasten voor uitvoering Wet Sociale Werkvoorziening (€ 168.000 nadelig)
  • lagere lasten scholing en activering (€ 150.000 voordelig). In 2022 zijn onder dit budget lasten opgenomen als gevolg van COVID-19. In 2023 zijn deze lasten niet begroot (€ 143.000 voordelig)
  • in 2023 is geen transformatiebudget voor het gehele sociale domein opgenomen. In 2022 is hiervoor wel een budget opgenomen (€ 155.000 voordelig)
  • lagere lasten voor Wet Inburgering (€ 152.000 voordelig). Vanuit 2021 was een eenmalig budget overgeheveld naar 2022 (€ 90.000 voordelig) en in 2023 is een gedeelte van het budget omgezet in een budget voor personeelsformatie (€ 70.000 voordelig).

In het deelgebied Inkomen zijn de lasten (exclusief loonkosten) € 389.000 lager.  

De belangrijkste verschillen:

  • hogere lasten PW-uitkeringen (€ 149.000 nadelig)
  • in 2023 is geen sprake van een budget voor uitvoering van de TOZO (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers). In 2022 is hiervoor wel een budget opgenomen (€ 192.000 voordelig)
  • in 2023 is geen budget opgenomen voor bijzondere bijstand als gevolg van COVID-19. In 2022 is hiervoor wel een budget opgenomen
    (€ 76.000 voordelig)
  • in 2023 is geen budget opgenomen voor tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK). In 2022 is hiervoor wel een budget opgenomen
    (€ 268.000 voordelig)

In het deelgebied Wmo zijn de lasten (excl. loonkosten) € 282.000 hoger.  

De belangrijkste verschillen:

  • hogere lasten hulp bij het huishouden veroorzaakt door inflatiecorrectie (€ 93.000 nadelig)
  • in 2023 is geen sprake van een budget voor opvang vluchtelingen uit Oekraïne. Hier staan ook lagere opbrengsten tegenover (zie verschillenanalyse baten). In 2022 is hiervoor wel een budget opgenomen (€ 125.000 voordelig)
  • in 2023 is een budget opgenomen voor de uitvoering van 'de notitie integraal sociaal domein: beleid in uitvoering' (€ 300.000 nadelig)

In het deelgebied Jeugd zijn de lasten (exclusief loonkosten) € 76.000 lager.

De belangrijkste verschillen:

  • lagere lasten individuele jeugdvoorzieningen (€ 56.000 voordelig). Dit verschil wordt met name veroorzaakt door het ontbreken van lasten in verband met COVID-19 in 2023 (€ 43.000 voordelig)
  • lagere lasten preventief jeugdbeleid (€ 104.000 voordelig). Dit verschil wordt veroorzaakt door enerzijds het ontbreken van lasten in verband met COVID-19 (€ 140.000 voordelig) en anderzijds door hogere lasten op het gebied van preventief jeugdbeleid (€ 36.000 nadelig)

In het taakveld Sociaal domein zijn de loonkosten € 241.000 hoger.

In het taakveld Sociaal domein zijn de baten € 87.000 lager.

In het deelgebied Wmo zijn de baten € 90.000 lager.
Het verschil wordt met name veroorzaakt vanwege het ontbreken van een rijksbijdrage voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen (€ 125.000 voordelig). Hier staan lagere lasten tegenover (zie verschillenanalyse lasten).

In de deelgebieden Participatie en Jeugd zijn, evenals voorgaand jaar, geen baten begroot.

Deze pagina is gebouwd op 11/10/2022 10:48:49 met de export van 11/10/2022 10:29:58